NL: manenSynoniemen: aandringen, aanmanen, vermanen, sommeren, rappelleren, waarschuwen, terechtwijzen, berispen
DE: mahnen, auffordern, fordern, ermahnen, anmahnen
EN: summon, dun, exhort, call upon
ES: intimar, citar a juicio, aconsejar, amanecer, requerir, exhortar
FR: sommer, intimer, sommer de, exhorter à
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemaand
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maan jij maant hij maant wij manen jullie manen zij manen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemaand jij hebt gemaand hij heeft gemaand wij hebben gemaand jullie hebben gemaand zij hebben gemaand
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maande jij maande hij maande wij maanden jullie maanden zij maanden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemaand jij had gemaand hij had gemaand wij hadden gemaand jullie hadden gemaand zij hadden gemaand
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal manen jij zult manen hij zal manen wij zullen manen jullie zullen manen zij zullen manen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemaand hebben jij zult gemaand hebben hij zal gemaand hebben wij zullen gemaand hebben jullie zullen gemaand hebben zij zullen gemaand hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou manen jij zou manen hij zou manen wij zouden manen jullie zouden manen zij zouden manen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemaand hebben jij zou gemaand hebben hij zou gemaand hebben wij zouden gemaand hebben jullie zouden gemaand hebben zij zouden gemaand hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maan
|