NL: managen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemanaged
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik manage jij managet hij managet wij managen jullie managen zij managen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemanaged jij hebt gemanaged hij heeft gemanaged wij hebben gemanaged jullie hebben gemanaged zij hebben gemanaged
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik managede jij managede hij managede wij manageden jullie manageden zij manageden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemanaged jij had gemanaged hij had gemanaged wij hadden gemanaged jullie hadden gemanaged zij hadden gemanaged
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal managen jij zult managen hij zal managen wij zullen managen jullie zullen managen zij zullen managen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemanaged hebben jij zult gemanaged hebben hij zal gemanaged hebben wij zullen gemanaged hebben jullie zullen gemanaged hebben zij zullen gemanaged hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou managen jij zou managen hij zou managen wij zouden managen jullie zouden managen zij zouden managen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemanaged hebben jij zou gemanaged hebben hij zou gemanaged hebben wij zouden gemanaged hebben jullie zouden gemanaged hebben zij zouden gemanaged hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
manage
|
DE: managen| Partizip Perfekt & Präsens |
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II) `komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I) |
gemanagt managend
|
| Indikativ Präsens |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich manage du managst er managt wir managen ihr managt sie; Sie managen
|
| Indikativ Perfekt |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich habe gemanagt du hast gemanagt er hat gemanagt wir haben gemanagt ihr habt gemanagt sie; Sie haben gemanagt
|
| Indikativ Präteritum |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich managte du managtest er managte wir managten ihr managtet sie; Sie managten
|
| Indikativ Plusquamperfekt |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich hatte gemanagt du hattest gemanagt er hatte gemanagt wir hatten gemanagt ihr hattet gemanagt sie; Sie hatten gemanagt
|
| Indikativ Futur I |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich werde managen du wirst managen er wird managen wir werden managen ihr werdet managen sie; Sie werden managen
|
| Indikativ Futur II |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich werde gemanagt haben du wirst gemanagt haben er wird gemanagt haben wir werden gemanagt haben ihr werdet gemanagt haben sie; Sie werden gemanagt haben
|
| Konjunktiv I Präsens |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich manage du managest er manage wir managen ihr managet sie; Sie managen
|
| Konjunktiv I Perfekt |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich habe gemanagt du habest gemanagt er habe gemanagt wir haben gemanagt ihr habet gemanagt sie; Sie haben gemanagt
|
| Konjunktiv II Präsens |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich managte du managtest er managte wir managten ihr managtet sie; Sie managten
|
| Konjunktiv II Perfekt |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich hätte gemanagt du hättest gemanagt er hätte gemanagt wir hätten gemanagt ihr hättet gemanagt sie; Sie hätten gemanagt
|
| Konjunktiv II Futur I |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich würde managen du würdest managen er würde managen wir würden managen ihr würdet managen sie; Sie würden managen
|
| Konjunktiv II Futur II |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich würde gemanagt haben du würdest gemanagt haben er würde gemanagt haben wir würden gemanagt haben ihr würdet gemanagt haben sie; Sie würden gemanagt haben
|
| der Imperativ |
| der Imperativ = gebiedende wijs |
du manage
|