Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

managen vervoegen




DE: managen

NL: managen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemanaged
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik manage
jij managet
hij managet
wij managen
jullie managen
zij managen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemanaged
jij hebt gemanaged
hij heeft gemanaged
wij hebben gemanaged
jullie hebben gemanaged
zij hebben gemanaged
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik managede
jij managede
hij managede
wij manageden
jullie manageden
zij manageden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemanaged
jij had gemanaged
hij had gemanaged
wij hadden gemanaged
jullie hadden gemanaged
zij hadden gemanaged
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal managen
jij zult managen
hij zal managen
wij zullen managen
jullie zullen managen
zij zullen managen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemanaged hebben
jij zult gemanaged hebben
hij zal gemanaged hebben
wij zullen gemanaged hebben
jullie zullen gemanaged hebben
zij zullen gemanaged hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou managen
jij zou managen
hij zou managen
wij zouden managen
jullie zouden managen
zij zouden managen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemanaged hebben
jij zou gemanaged hebben
hij zou gemanaged hebben
wij zouden gemanaged hebben
jullie zouden gemanaged hebben
zij zouden gemanaged hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
manage


DE: managen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gemanagt
managend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich manage
du managst
er managt
wir managen
ihr managt
sie; Sie managen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gemanagt
du hast gemanagt
er hat gemanagt
wir haben gemanagt
ihr habt gemanagt
sie; Sie haben gemanagt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich managte
du managtest
er managte
wir managten
ihr managtet
sie; Sie managten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gemanagt
du hattest gemanagt
er hatte gemanagt
wir hatten gemanagt
ihr hattet gemanagt
sie; Sie hatten gemanagt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde managen
du wirst managen
er wird managen
wir werden managen
ihr werdet managen
sie; Sie werden managen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gemanagt haben
du wirst gemanagt haben
er wird gemanagt haben
wir werden gemanagt haben
ihr werdet gemanagt haben
sie; Sie werden gemanagt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich manage
du managest
er manage
wir managen
ihr managet
sie; Sie managen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gemanagt
du habest gemanagt
er habe gemanagt
wir haben gemanagt
ihr habet gemanagt
sie; Sie haben gemanagt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich managte
du managtest
er managte
wir managten
ihr managtet
sie; Sie managten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gemanagt
du hättest gemanagt
er hätte gemanagt
wir hätten gemanagt
ihr hättet gemanagt
sie; Sie hätten gemanagt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde managen
du würdest managen
er würde managen
wir würden managen
ihr würdet managen
sie; Sie würden managen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gemanagt haben
du würdest gemanagt haben
er würde gemanagt haben
wir würden gemanagt haben
ihr würdet gemanagt haben
sie; Sie würden gemanagt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du manage

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/managen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald