NL: maffenSynoniemen: pitten, slapen, meuren
DE: schlafen, schlummern
EN: sleep, be asleep, snooze
ES: dormir, estar dormido
FR: dormir, se coucher, pioncer, roupiller
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maf jij maft hij maft wij maffen jullie maffen zij maffen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemaft jij hebt gemaft hij heeft gemaft wij hebben gemaft jullie hebben gemaft zij hebben gemaft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mafte jij mafte hij mafte wij maften jullie maften zij maften
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemaft jij had gemaft hij had gemaft wij hadden gemaft jullie hadden gemaft zij hadden gemaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal maffen jij zult maffen hij zal maffen wij zullen maffen jullie zullen maffen zij zullen maffen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemaft hebben jij zult gemaft hebben hij zal gemaft hebben wij zullen gemaft hebben jullie zullen gemaft hebben zij zullen gemaft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou maffen jij zou maffen hij zou maffen wij zouden maffen jullie zouden maffen zij zouden maffen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemaft hebben jij zou gemaft hebben hij zou gemaft hebben wij zouden gemaft hebben jullie zouden gemaft hebben zij zouden gemaft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maf
|