Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

machtigen vervoegen




NL: machtigen
Synoniemen: autoriseren

DE: bevollmächtigen, ermächtigen
EN: authorize
ES: autorizar
FR: mandater, autoriser, donner mandat à, donner pouvoir de

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemachtigd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik machtig
jij machtigt
hij machtigt
wij machtigen
jullie machtigen
zij machtigen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemachtigd
jij hebt gemachtigd
hij heeft gemachtigd
wij hebben gemachtigd
jullie hebben gemachtigd
zij hebben gemachtigd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik machtigde
jij machtigde
hij machtigde
wij machtigden
jullie machtigden
zij machtigden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemachtigd
jij had gemachtigd
hij had gemachtigd
wij hadden gemachtigd
jullie hadden gemachtigd
zij hadden gemachtigd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal machtigen
jij zult machtigen
hij zal machtigen
wij zullen machtigen
jullie zullen machtigen
zij zullen machtigen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemachtigd hebben
jij zult gemachtigd hebben
hij zal gemachtigd hebben
wij zullen gemachtigd hebben
jullie zullen gemachtigd hebben
zij zullen gemachtigd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou machtigen
jij zou machtigen
hij zou machtigen
wij zouden machtigen
jullie zouden machtigen
zij zouden machtigen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemachtigd hebben
jij zou gemachtigd hebben
hij zou gemachtigd hebben
wij zouden gemachtigd hebben
jullie zouden gemachtigd hebben
zij zouden gemachtigd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
machtig

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/machtigen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald