Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

lynchen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: lynchen

NL: lynchen
Synoniemen: lynchen

EN: lynch

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gelyncht
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik lynch
jij lyncht
hij lyncht
wij lynchen
jullie lynchen
zij lynchen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gelyncht
jij hebt gelyncht
hij heeft gelyncht
wij hebben gelyncht
jullie hebben gelyncht
zij hebben gelyncht
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik lynchte
jij lynchte
hij lynchte
wij lynchten
jullie lynchten
zij lynchten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gelyncht
jij had gelyncht
hij had gelyncht
wij hadden gelyncht
jullie hadden gelyncht
zij hadden gelyncht
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal lynchen
jij zult lynchen
hij zal lynchen
wij zullen lynchen
jullie zullen lynchen
zij zullen lynchen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gelyncht hebben
jij zult gelyncht hebben
hij zal gelyncht hebben
wij zullen gelyncht hebben
jullie zullen gelyncht hebben
zij zullen gelyncht hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou lynchen
jij zou lynchen
hij zou lynchen
wij zouden lynchen
jullie zouden lynchen
zij zouden lynchen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gelyncht hebben
jij zou gelyncht hebben
hij zou gelyncht hebben
wij zouden gelyncht hebben
jullie zouden gelyncht hebben
zij zouden gelyncht hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
lynch


DE: lynchen
NL: lynchen
EN: lynch
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gelyncht
lynchend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich lynche
du lynchst
er lyncht
wir lynchen
ihr lyncht
sie; Sie lynchen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich bin gelyncht
du hast gelyncht
er hat gelyncht
wir haben gelyncht
ihr habt gelyncht
sie; Sie haben gelyncht
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich lynchte
du lynchtest
er lynchte
wir lynchten
ihr lynchtet
sie; Sie lynchten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich war gelyncht
du hattest gelyncht
er hatte gelyncht
wir hatten gelyncht
ihr hattet gelyncht
sie; Sie hatten gelyncht
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde lynchen
du wirst lynchen
er wird lynchen
wir werden lynchen
ihr werdet lynchen
sie; Sie werden lynchen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gelyncht sein
du wirst gelyncht haben
er wird gelyncht haben
wir werden gelyncht haben
ihr werdet gelyncht haben
sie; Sie werden gelyncht haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich lynche
du lynchest
er lynche
wir lynchen
ihr lynchet
sie; Sie lynchen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich sei gelyncht
du habest gelyncht
er habe gelyncht
wir haben gelyncht
ihr habet gelyncht
sie; Sie haben gelyncht
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich lynchte
du lynchtest
er lynchte
wir lynchten
ihr lynchtet
sie; Sie lynchten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gelyncht
du hättest gelyncht
er hätte gelyncht
wir hätten gelyncht
ihr hättet gelyncht
sie; Sie hätten gelyncht
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde lynchen
du würdest lynchen
er würde lynchen
wir würden lynchen
ihr würdet lynchen
sie; Sie würden lynchen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gelyncht haben
du würdest gelyncht haben
er würde gelyncht haben
wir würden gelyncht haben
ihr würdet gelyncht haben
sie; Sie würden gelyncht haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du lynche

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/lynchen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English