NL: lunchenDE: lunchen, essen
EN: lunch, have lunch
ES: almorzar, comer al mediodía
FR: déjeuner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geluncht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lunch jij luncht hij luncht wij lunchen jullie lunchen zij lunchen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geluncht jij hebt geluncht hij heeft geluncht wij hebben geluncht jullie hebben geluncht zij hebben geluncht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lunchte jij lunchte hij lunchte wij lunchten jullie lunchten zij lunchten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geluncht jij had geluncht hij had geluncht wij hadden geluncht jullie hadden geluncht zij hadden geluncht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lunchen jij zult lunchen hij zal lunchen wij zullen lunchen jullie zullen lunchen zij zullen lunchen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geluncht hebben jij zult geluncht hebben hij zal geluncht hebben wij zullen geluncht hebben jullie zullen geluncht hebben zij zullen geluncht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lunchen jij zou lunchen hij zou lunchen wij zouden lunchen jullie zouden lunchen zij zouden lunchen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geluncht hebben jij zou geluncht hebben hij zou geluncht hebben wij zouden geluncht hebben jullie zouden geluncht hebben zij zouden geluncht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lunch
|