NL: luchtenSynoniemen: afreageren, geuren met, opfrissen, ruiken, uiten, ventileren
DE: luchten (afreageren): auslassen, abreagieren
EN: luchten (afreageren): let off steam, vent, air, give vent to, work off
ES: luchten (afreageren): desahogar
FR: luchten (afreageren): décharger, épancher son coeur, se défouler, décharger son coeur, s'épancher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lucht jij lucht hij lucht wij luchten jullie luchten zij luchten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelucht jij hebt gelucht hij heeft gelucht wij hebben gelucht jullie hebben gelucht zij hebben gelucht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik luchtte jij luchtte hij luchtte wij luchtten jullie luchtten zij luchtten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelucht jij had gelucht hij had gelucht wij hadden gelucht jullie hadden gelucht zij hadden gelucht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal luchten jij zult luchten hij zal luchten wij zullen luchten jullie zullen luchten zij zullen luchten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelucht hebben jij zult gelucht hebben hij zal gelucht hebben wij zullen gelucht hebben jullie zullen gelucht hebben zij zullen gelucht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou luchten jij zou luchten hij zou luchten wij zouden luchten jullie zouden luchten zij zouden luchten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelucht hebben jij zou gelucht hebben hij zou gelucht hebben wij zouden gelucht hebben jullie zouden gelucht hebben zij zouden gelucht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lucht
|