NL: lozenSynoniemen: afscheiden, afvoeren, kwijtraken, laten lopen, uitscheiden, uitstoten, uitwerpen, spuien
DE: ausstoßen, ausscheiden
EN: expel, discharge, disgorge, drain, remove, empty
ES: verter, emitir, desembarazarse de, deshacerse de, echar
FR: éjecter, décharger, évacuer, dégager, déverser, déporter, excréter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geloosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loos jij loost hij loost wij lozen jullie lozen zij lozen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geloosd jij hebt geloosd hij heeft geloosd wij hebben geloosd jullie hebben geloosd zij hebben geloosd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik loosde jij loosde hij loosde wij loosden jullie loosden zij loosden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geloosd jij had geloosd hij had geloosd wij hadden geloosd jullie hadden geloosd zij hadden geloosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lozen jij zult lozen hij zal lozen wij zullen lozen jullie zullen lozen zij zullen lozen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geloosd hebben jij zult geloosd hebben hij zal geloosd hebben wij zullen geloosd hebben jullie zullen geloosd hebben zij zullen geloosd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lozen jij zou lozen hij zou lozen wij zouden lozen jullie zouden lozen zij zouden lozen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geloosd hebben jij zou geloosd hebben hij zou geloosd hebben wij zouden geloosd hebben jullie zouden geloosd hebben zij zouden geloosd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loos
|