NL: losslaanSynoniemen: afslaan
DE: losschlagen
EN: dislodge, knock open
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
losgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla los jij slaat los hij slaat los wij slaan los jullie slaan los zij slaan los
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb losgeslagen jij hebt losgeslagen hij heeft losgeslagen wij hebben losgeslagen jullie hebben losgeslagen zij hebben losgeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg los jij sloeg los hij sloeg los wij sloegen los jullie sloegen los zij sloegen los
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had losgeslagen jij had losgeslagen hij had losgeslagen wij hadden losgeslagen jullie hadden losgeslagen zij hadden losgeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal losslaan jij zult losslaan hij zal losslaan wij zullen losslaan jullie zullen losslaan zij zullen losslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal losgeslagen hebben jij zult losgeslagen hebben hij zal losgeslagen hebben wij zullen losgeslagen hebben jullie zullen losgeslagen hebben zij zullen losgeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou losslaan jij zou losslaan hij zou losslaan wij zouden losslaan jullie zouden losslaan zij zouden losslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou losgeslagen hebben jij zou losgeslagen hebben hij zou losgeslagen hebben wij zouden losgeslagen hebben jullie zouden losgeslagen hebben zij zouden losgeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla los
|