NL: lonenSynoniemen: belonen, opwegen tegen
DE: lohnen
EN: pay
ES: pagar, atender, retribuir, recompensar, remunerar, gratificar
FR: payer, salarier, rémunérer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geloond
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loon jij loont hij loont wij lonen jullie lonen zij lonen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geloond jij hebt geloond hij heeft geloond wij hebben geloond jullie hebben geloond zij hebben geloond
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik loonde jij loonde hij loonde wij loonden jullie loonden zij loonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geloond jij had geloond hij had geloond wij hadden geloond jullie hadden geloond zij hadden geloond
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lonen jij zult lonen hij zal lonen wij zullen lonen jullie zullen lonen zij zullen lonen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geloond hebben jij zult geloond hebben hij zal geloond hebben wij zullen geloond hebben jullie zullen geloond hebben zij zullen geloond hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lonen jij zou lonen hij zou lonen wij zouden lonen jullie zouden lonen zij zouden lonen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geloond hebben jij zou geloond hebben hij zou geloond hebben wij zouden geloond hebben jullie zouden geloond hebben zij zouden geloond hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loon
|