NL: lokaliserenSynoniemen: plaats bepalen, vinden, traceren, opsporen
DE: lokaliseren (traceren): finden, trassieren
EN: lokaliseren (traceren): trace, locate, localize
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelokaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lokaliseer jij lokaliseert hij lokaliseert wij lokaliseren jullie lokaliseren zij lokaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelokaliseerd jij hebt gelokaliseerd hij heeft gelokaliseerd wij hebben gelokaliseerd jullie hebben gelokaliseerd zij hebben gelokaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lokaliseerde jij lokaliseerde hij lokaliseerde wij lokaliseerden jullie lokaliseerden zij lokaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelokaliseerd jij had gelokaliseerd hij had gelokaliseerd wij hadden gelokaliseerd jullie hadden gelokaliseerd zij hadden gelokaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lokaliseren jij zult lokaliseren hij zal lokaliseren wij zullen lokaliseren jullie zullen lokaliseren zij zullen lokaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelokaliseerd hebben jij zult gelokaliseerd hebben hij zal gelokaliseerd hebben wij zullen gelokaliseerd hebben jullie zullen gelokaliseerd hebben zij zullen gelokaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lokaliseren jij zou lokaliseren hij zou lokaliseren wij zouden lokaliseren jullie zouden lokaliseren zij zouden lokaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelokaliseerd hebben jij zou gelokaliseerd hebben hij zou gelokaliseerd hebben wij zouden gelokaliseerd hebben jullie zouden gelokaliseerd hebben zij zouden gelokaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lokaliseer
|