NL: loerenSynoniemen: bespieden
EN: the leer
ES: el espiar
FR: le guetter, le épier, le être à l'affut
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geloerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loer jij loert hij loert wij loeren jullie loeren zij loeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geloerd jij hebt geloerd hij heeft geloerd wij hebben geloerd jullie hebben geloerd zij hebben geloerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik loerde jij loerde hij loerde wij loerden jullie loerden zij loerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geloerd jij had geloerd hij had geloerd wij hadden geloerd jullie hadden geloerd zij hadden geloerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal loeren jij zult loeren hij zal loeren wij zullen loeren jullie zullen loeren zij zullen loeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geloerd hebben jij zult geloerd hebben hij zal geloerd hebben wij zullen geloerd hebben jullie zullen geloerd hebben zij zullen geloerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou loeren jij zou loeren hij zou loeren wij zouden loeren jullie zouden loeren zij zouden loeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geloerd hebben jij zou geloerd hebben hij zou geloerd hebben wij zouden geloerd hebben jullie zouden geloerd hebben zij zouden geloerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loer
|