NL: livestreamen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelivestreamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik livestream jij livestreamt hij livestreamt wij livestreamen jullie livestreamen zij livestreamen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelivestreamd jij hebt gelivestreamd hij heeft gelivestreamd wij hebben gelivestreamd jullie hebben gelivestreamd zij hebben gelivestreamd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik livestreamde jij livestreamde hij livestreamde wij livestreamden jullie livestreamden zij livestreamden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelivestreamd jij had gelivestreamd hij had gelivestreamd wij hadden gelivestreamd jullie hadden gelivestreamd zij hadden gelivestreamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal livestreamen jij zult livestreamen hij zal livestreamen wij zullen livestreamen jullie zullen livestreamen zij zullen livestreamen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelivestreamd hebben jij zult gelivestreamd hebben hij zal gelivestreamd hebben wij zullen gelivestreamd hebben jullie zullen gelivestreamd hebben zij zullen gelivestreamd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou livestreamen jij zou livestreamen hij zou livestreamen wij zouden livestreamen jullie zouden livestreamen zij zouden livestreamen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelivestreamd hebben jij zou gelivestreamd hebben hij zou gelivestreamd hebben wij zouden gelivestreamd hebben jullie zouden gelivestreamd hebben zij zouden gelivestreamd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
livestream
|