NL: liquiderenSynoniemen: afwikkelen, doden, elimineren, opheffen, uitroeien, opwinden, oprollen, omwikkelen, inzwachtelen, inbakeren, baken, verdelgen, solveren, vermoorden, ombrengen, doodslaan, doodmaken, afmaken, koudmaken
DE: liquidieren
EN: eliminate, liquidate, disband, demolish, dismantle
ES: eliminar, liquidar, destruir, aniquilar, extinguir
FR: supprimer, liquider
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geliquideerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik liquideer jij liquideert hij liquideert wij liquideren jullie liquideren zij liquideren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geliquideerd jij hebt geliquideerd hij heeft geliquideerd wij hebben geliquideerd jullie hebben geliquideerd zij hebben geliquideerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liquideerde jij liquideerde hij liquideerde wij liquideerden jullie liquideerden zij liquideerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geliquideerd jij had geliquideerd hij had geliquideerd wij hadden geliquideerd jullie hadden geliquideerd zij hadden geliquideerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal liquideren jij zult liquideren hij zal liquideren wij zullen liquideren jullie zullen liquideren zij zullen liquideren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geliquideerd hebben jij zult geliquideerd hebben hij zal geliquideerd hebben wij zullen geliquideerd hebben jullie zullen geliquideerd hebben zij zullen geliquideerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou liquideren jij zou liquideren hij zou liquideren wij zouden liquideren jullie zouden liquideren zij zouden liquideren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geliquideerd hebben jij zou geliquideerd hebben hij zou geliquideerd hebben wij zouden geliquideerd hebben jullie zouden geliquideerd hebben zij zouden geliquideerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
liquideer
|