NL: liefkozenSynoniemen: aaien, flemen, knuffelen, vrijen, beminnen, vertroetelen, minnen, minnekozen, liefbedrijven
DE: liefkozen (knuffelen): kuscheln, knuddeln, schmusen, streicheln, liebkosen, kosen
EN: liefkozen (knuffelen): cuddle, hug, fondle, stroke, caress
ES: liefkozen (knuffelen): abrazar, hacer cariño, regalonear, tumbar suavemente
FR: liefkozen (knuffelen): embrasser, caresser, câliner, chatouiller, serrer, faire des caresses, cajoler, flatter, enlacer, choyer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geliefkoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik liefkoos jij liefkoost hij liefkoost wij liefkozen jullie liefkozen zij liefkozen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geliefkoosd jij hebt geliefkoosd hij heeft geliefkoosd wij hebben geliefkoosd jullie hebben geliefkoosd zij hebben geliefkoosd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liefkoosde jij liefkoosde hij liefkoosde wij liefkoosden jullie liefkoosden zij liefkoosden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geliefkoosd jij had geliefkoosd hij had geliefkoosd wij hadden geliefkoosd jullie hadden geliefkoosd zij hadden geliefkoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal liefkozen jij zult liefkozen hij zal liefkozen wij zullen liefkozen jullie zullen liefkozen zij zullen liefkozen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geliefkoosd hebben jij zult geliefkoosd hebben hij zal geliefkoosd hebben wij zullen geliefkoosd hebben jullie zullen geliefkoosd hebben zij zullen geliefkoosd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou liefkozen jij zou liefkozen hij zou liefkozen wij zouden liefkozen jullie zouden liefkozen zij zouden liefkozen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geliefkoosd hebben jij zou geliefkoosd hebben hij zou geliefkoosd hebben wij zouden geliefkoosd hebben jullie zouden geliefkoosd hebben zij zouden geliefkoosd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
liefkoos
|