NL: liefhebberen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geliefhebberd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik liefhebber jij liefhebbert hij liefhebbert wij liefhebberen jullie liefhebberen zij liefhebberen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geliefhebberd jij hebt geliefhebberd hij heeft geliefhebberd wij hebben geliefhebberd jullie hebben geliefhebberd zij hebben geliefhebberd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liefhebberde jij liefhebberde hij liefhebberde wij liefhebberden jullie liefhebberden zij liefhebberden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geliefhebberd jij had geliefhebberd hij had geliefhebberd wij hadden geliefhebberd jullie hadden geliefhebberd zij hadden geliefhebberd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal liefhebberen jij zult liefhebberen hij zal liefhebberen wij zullen liefhebberen jullie zullen liefhebberen zij zullen liefhebberen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geliefhebberd hebben jij zult geliefhebberd hebben hij zal geliefhebberd hebben wij zullen geliefhebberd hebben jullie zullen geliefhebberd hebben zij zullen geliefhebberd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou liefhebberen jij zou liefhebberen hij zou liefhebberen wij zouden liefhebberen jullie zouden liefhebberen zij zouden liefhebberen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geliefhebberd hebben jij zou geliefhebberd hebben hij zou geliefhebberd hebben wij zouden geliefhebberd hebben jullie zouden geliefhebberd hebben zij zouden geliefhebberd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
liefhebber
|