NL: lezenSynoniemen: begrijpen, bekijken, gelezen, selecteren, voordragen, doornemen
DE: lesen
EN: read
ES: leer
FR: lire, étudier, s'informer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelezen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lees jij leest hij leest wij lezen jullie lezen zij lezen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelezen jij hebt gelezen hij heeft gelezen wij hebben gelezen jullie hebben gelezen zij hebben gelezen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik las jij las hij las wij lazen jullie lazen zij lazen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelezen jij had gelezen hij had gelezen wij hadden gelezen jullie hadden gelezen zij hadden gelezen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lezen jij zult lezen hij zal lezen wij zullen lezen jullie zullen lezen zij zullen lezen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelezen hebben jij zult gelezen hebben hij zal gelezen hebben wij zullen gelezen hebben jullie zullen gelezen hebben zij zullen gelezen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lezen jij zou lezen hij zou lezen wij zouden lezen jullie zouden lezen zij zouden lezen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelezen hebben jij zou gelezen hebben hij zou gelezen hebben wij zouden gelezen hebben jullie zouden gelezen hebben zij zouden gelezen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lees
|