Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

leven vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: leven
Synoniemen: bestaan, existeren, voortbestaan, wonen, bedrijvigheid, doen en laten, drukte, existentie, lawaai, tumult, , spektakel, rumoer, kabaal, herrie, zijn, verblijven, resideren, logeren, pandemonium, opschudding, heksenket, geraas, beroering, heib, werken, pro

DE: leven (bestaan): leben, besteht, dasein, existieren, fortbestehen
EN: leven (bestaan): exist
ES: leven (bestaan): ser, existir, vivir
FR: leven (bestaan): exister, vivre

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geleefd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik leef
jij leeft
hij leeft
wij leven
jullie leven
zij leven
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geleefd
jij hebt geleefd
hij heeft geleefd
wij hebben geleefd
jullie hebben geleefd
zij hebben geleefd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik leefde
jij leefde
hij leefde
wij leefden
jullie leefden
zij leefden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geleefd
jij had geleefd
hij had geleefd
wij hadden geleefd
jullie hadden geleefd
zij hadden geleefd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal leven
jij zult leven
hij zal leven
wij zullen leven
jullie zullen leven
zij zullen leven
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geleefd hebben
jij zult geleefd hebben
hij zal geleefd hebben
wij zullen geleefd hebben
jullie zullen geleefd hebben
zij zullen geleefd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou leven
jij zou leven
hij zou leven
wij zouden leven
jullie zouden leven
zij zouden leven
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geleefd hebben
jij zou geleefd hebben
hij zou geleefd hebben
wij zouden geleefd hebben
jullie zouden geleefd hebben
zij zouden geleefd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
leef

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/leven

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English