NL: leurenSynoniemen: huis-aan-huis-verkopen, rondbazuinen, venten
EN: leuren (huis-aan-huis-verkopen): peddle
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geleurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik leur jij leurt hij leurt wij leuren jullie leuren zij leuren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geleurd jij hebt geleurd hij heeft geleurd wij hebben geleurd jullie hebben geleurd zij hebben geleurd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik leurde jij leurde hij leurde wij leurden jullie leurden zij leurden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geleurd jij had geleurd hij had geleurd wij hadden geleurd jullie hadden geleurd zij hadden geleurd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal leuren jij zult leuren hij zal leuren wij zullen leuren jullie zullen leuren zij zullen leuren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geleurd hebben jij zult geleurd hebben hij zal geleurd hebben wij zullen geleurd hebben jullie zullen geleurd hebben zij zullen geleurd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou leuren jij zou leuren hij zou leuren wij zouden leuren jullie zouden leuren zij zouden leuren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geleurd hebben jij zou geleurd hebben hij zou geleurd hebben wij zouden geleurd hebben jullie zouden geleurd hebben zij zouden geleurd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
leur
|