NL: lerarenSynoniemen: docenten
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geleraard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik leraar jij leraart hij leraart wij leraren jullie leraren zij leraren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geleraard jij hebt geleraard hij heeft geleraard wij hebben geleraard jullie hebben geleraard zij hebben geleraard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik leraarde jij leraarde hij leraarde wij leraarden jullie leraarden zij leraarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geleraard jij had geleraard hij had geleraard wij hadden geleraard jullie hadden geleraard zij hadden geleraard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal leraren jij zult leraren hij zal leraren wij zullen leraren jullie zullen leraren zij zullen leraren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geleraard hebben jij zult geleraard hebben hij zal geleraard hebben wij zullen geleraard hebben jullie zullen geleraard hebben zij zullen geleraard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou leraren jij zou leraren hij zou leraren wij zouden leraren jullie zouden leraren zij zouden leraren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geleraard hebben jij zou geleraard hebben hij zou geleraard hebben wij zouden geleraard hebben jullie zouden geleraard hebben zij zouden geleraard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
leraar
|