Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

leraren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: leraren
Synoniemen: docenten

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geleraard
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik leraar
jij leraart
hij leraart
wij leraren
jullie leraren
zij leraren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geleraard
jij hebt geleraard
hij heeft geleraard
wij hebben geleraard
jullie hebben geleraard
zij hebben geleraard
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik leraarde
jij leraarde
hij leraarde
wij leraarden
jullie leraarden
zij leraarden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geleraard
jij had geleraard
hij had geleraard
wij hadden geleraard
jullie hadden geleraard
zij hadden geleraard
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal leraren
jij zult leraren
hij zal leraren
wij zullen leraren
jullie zullen leraren
zij zullen leraren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geleraard hebben
jij zult geleraard hebben
hij zal geleraard hebben
wij zullen geleraard hebben
jullie zullen geleraard hebben
zij zullen geleraard hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou leraren
jij zou leraren
hij zou leraren
wij zouden leraren
jullie zouden leraren
zij zouden leraren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geleraard hebben
jij zou geleraard hebben
hij zou geleraard hebben
wij zouden geleraard hebben
jullie zouden geleraard hebben
zij zouden geleraard hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
leraar

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/leraren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English