NL: lenigenSynoniemen: verlichten, verzachten, lessen, laven, bevredigen
EN: relieve, ease, soothe, soften
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelenigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lenig jij lenigt hij lenigt wij lenigen jullie lenigen zij lenigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelenigd jij hebt gelenigd hij heeft gelenigd wij hebben gelenigd jullie hebben gelenigd zij hebben gelenigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lenigde jij lenigde hij lenigde wij lenigden jullie lenigden zij lenigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelenigd jij had gelenigd hij had gelenigd wij hadden gelenigd jullie hadden gelenigd zij hadden gelenigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lenigen jij zult lenigen hij zal lenigen wij zullen lenigen jullie zullen lenigen zij zullen lenigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelenigd hebben jij zult gelenigd hebben hij zal gelenigd hebben wij zullen gelenigd hebben jullie zullen gelenigd hebben zij zullen gelenigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lenigen jij zou lenigen hij zou lenigen wij zouden lenigen jullie zouden lenigen zij zouden lenigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelenigd hebben jij zou gelenigd hebben hij zou gelenigd hebben wij zouden gelenigd hebben jullie zouden gelenigd hebben zij zouden gelenigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lenig
|