NL: lekkerbekkenSynoniemen: smullen, snoepers, smulpapen, likkebaarden
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelekkerbekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lekkerbek jij lekkerbekt hij lekkerbekt wij lekkerbekken jullie lekkerbekken zij lekkerbekken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelekkerbekt jij hebt gelekkerbekt hij heeft gelekkerbekt wij hebben gelekkerbekt jullie hebben gelekkerbekt zij hebben gelekkerbekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lekkerbekte jij lekkerbekte hij lekkerbekte wij lekkerbekten jullie lekkerbekten zij lekkerbekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelekkerbekt jij had gelekkerbekt hij had gelekkerbekt wij hadden gelekkerbekt jullie hadden gelekkerbekt zij hadden gelekkerbekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lekkerbekken jij zult lekkerbekken hij zal lekkerbekken wij zullen lekkerbekken jullie zullen lekkerbekken zij zullen lekkerbekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelekkerbekt hebben jij zult gelekkerbekt hebben hij zal gelekkerbekt hebben wij zullen gelekkerbekt hebben jullie zullen gelekkerbekt hebben zij zullen gelekkerbekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lekkerbekken jij zou lekkerbekken hij zou lekkerbekken wij zouden lekkerbekken jullie zouden lekkerbekken zij zouden lekkerbekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelekkerbekt hebben jij zou gelekkerbekt hebben hij zou gelekkerbekt hebben wij zouden gelekkerbekt hebben jullie zouden gelekkerbekt hebben zij zouden gelekkerbekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lekkerbek
|