NL: legitimerenSynoniemen: echten
DE: legitimieren, ausweisen
EN: identify, prove identity
FR: identifier, légitimer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelegitimeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik legitimeer jij legitimeert hij legitimeert wij legitimeren jullie legitimeren zij legitimeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelegitimeerd jij hebt gelegitimeerd hij heeft gelegitimeerd wij hebben gelegitimeerd jullie hebben gelegitimeerd zij hebben gelegitimeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik legitimeerde jij legitimeerde hij legitimeerde wij legitimeerden jullie legitimeerden zij legitimeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelegitimeerd jij had gelegitimeerd hij had gelegitimeerd wij hadden gelegitimeerd jullie hadden gelegitimeerd zij hadden gelegitimeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal legitimeren jij zult legitimeren hij zal legitimeren wij zullen legitimeren jullie zullen legitimeren zij zullen legitimeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelegitimeerd hebben jij zult gelegitimeerd hebben hij zal gelegitimeerd hebben wij zullen gelegitimeerd hebben jullie zullen gelegitimeerd hebben zij zullen gelegitimeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou legitimeren jij zou legitimeren hij zou legitimeren wij zouden legitimeren jullie zouden legitimeren zij zouden legitimeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelegitimeerd hebben jij zou gelegitimeerd hebben hij zou gelegitimeerd hebben wij zouden gelegitimeerd hebben jullie zouden gelegitimeerd hebben zij zouden gelegitimeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
legitimeer
|