NL: legerenSynoniemen: alliëren, inkwartieren, onderbrengen, plaatsen, tenten opslaan
EN: encamp
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelegeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik legeer jij legeert hij legeert wij legeren jullie legeren zij legeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelegeerd jij hebt gelegeerd hij heeft gelegeerd wij hebben gelegeerd jullie hebben gelegeerd zij hebben gelegeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik legeerde jij legeerde hij legeerde wij legeerden jullie legeerden zij legeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelegeerd jij had gelegeerd hij had gelegeerd wij hadden gelegeerd jullie hadden gelegeerd zij hadden gelegeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal legeren jij zult legeren hij zal legeren wij zullen legeren jullie zullen legeren zij zullen legeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelegeerd hebben jij zult gelegeerd hebben hij zal gelegeerd hebben wij zullen gelegeerd hebben jullie zullen gelegeerd hebben zij zullen gelegeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou legeren jij zou legeren hij zou legeren wij zouden legeren jullie zouden legeren zij zouden legeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelegeerd hebben jij zou gelegeerd hebben hij zou gelegeerd hebben wij zouden gelegeerd hebben jullie zouden gelegeerd hebben zij zouden gelegeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
legeer
|