NL: legaterenSynoniemen: nalaten, vermaken, vererven
EN: devise, bequeath, dispose of by will
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelegateerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik legateer jij legateert hij legateert wij legateren jullie legateren zij legateren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelegateerd jij hebt gelegateerd hij heeft gelegateerd wij hebben gelegateerd jullie hebben gelegateerd zij hebben gelegateerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik legateerde jij legateerde hij legateerde wij legateerden jullie legateerden zij legateerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelegateerd jij had gelegateerd hij had gelegateerd wij hadden gelegateerd jullie hadden gelegateerd zij hadden gelegateerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal legateren jij zult legateren hij zal legateren wij zullen legateren jullie zullen legateren zij zullen legateren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelegateerd hebben jij zult gelegateerd hebben hij zal gelegateerd hebben wij zullen gelegateerd hebben jullie zullen gelegateerd hebben zij zullen gelegateerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou legateren jij zou legateren hij zou legateren wij zouden legateren jullie zouden legateren zij zouden legateren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelegateerd hebben jij zou gelegateerd hebben hij zou gelegateerd hebben wij zouden gelegateerd hebben jullie zouden gelegateerd hebben zij zouden gelegateerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
legateer
|