NL: legaliserenSynoniemen: autoriseren
DE: legalisieren
EN: legalize, launder, make valid
ES: lavar, legalizar, blanquear
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelegaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik legaliseer jij legaliseert hij legaliseert wij legaliseren jullie legaliseren zij legaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelegaliseerd jij hebt gelegaliseerd hij heeft gelegaliseerd wij hebben gelegaliseerd jullie hebben gelegaliseerd zij hebben gelegaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik legaliseerde jij legaliseerde hij legaliseerde wij legaliseerden jullie legaliseerden zij legaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelegaliseerd jij had gelegaliseerd hij had gelegaliseerd wij hadden gelegaliseerd jullie hadden gelegaliseerd zij hadden gelegaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal legaliseren jij zult legaliseren hij zal legaliseren wij zullen legaliseren jullie zullen legaliseren zij zullen legaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelegaliseerd hebben jij zult gelegaliseerd hebben hij zal gelegaliseerd hebben wij zullen gelegaliseerd hebben jullie zullen gelegaliseerd hebben zij zullen gelegaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou legaliseren jij zou legaliseren hij zou legaliseren wij zouden legaliseren jullie zouden legaliseren zij zouden legaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelegaliseerd hebben jij zou gelegaliseerd hebben hij zou gelegaliseerd hebben wij zouden gelegaliseerd hebben jullie zouden gelegaliseerd hebben zij zouden gelegaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
legaliseer
|