NL: leegmakenSynoniemen: ledigen, leegdrinken, leeggieten, leeghalen, legen, uitladen, uitgieten, uitdrinken, opdrinken, uithalen
DE: das Abladen, das Ausladen
EN: the draining, the emptying
FR: la décharge, le déchargement
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
leeggemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maak leeg jij maakt leeg hij maakt leeg wij maken leeg jullie maken leeg zij maken leeg
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb leeggemaakt jij hebt leeggemaakt hij heeft leeggemaakt wij hebben leeggemaakt jullie hebben leeggemaakt zij hebben leeggemaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maakte leeg jij maakte leeg hij maakte leeg wij maakten leeg jullie maakten leeg zij maakten leeg
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had leeggemaakt jij had leeggemaakt hij had leeggemaakt wij hadden leeggemaakt jullie hadden leeggemaakt zij hadden leeggemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal leegmaken jij zult leegmaken hij zal leegmaken wij zullen leegmaken jullie zullen leegmaken zij zullen leegmaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal leeggemaakt hebben jij zult leeggemaakt hebben hij zal leeggemaakt hebben wij zullen leeggemaakt hebben jullie zullen leeggemaakt hebben zij zullen leeggemaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou leegmaken jij zou leegmaken hij zou leegmaken wij zouden leegmaken jullie zouden leegmaken zij zouden leegmaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou leeggemaakt hebben jij zou leeggemaakt hebben hij zou leeggemaakt hebben wij zouden leeggemaakt hebben jullie zouden leeggemaakt hebben zij zouden leeggemaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maak leeg
|