NL: laxerenSynoniemen: purgeren
EN: open the bowels
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelaxeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik laxeer jij laxeert hij laxeert wij laxeren jullie laxeren zij laxeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelaxeerd jij hebt gelaxeerd hij heeft gelaxeerd wij hebben gelaxeerd jullie hebben gelaxeerd zij hebben gelaxeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik laxeerde jij laxeerde hij laxeerde wij laxeerden jullie laxeerden zij laxeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelaxeerd jij had gelaxeerd hij had gelaxeerd wij hadden gelaxeerd jullie hadden gelaxeerd zij hadden gelaxeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal laxeren jij zult laxeren hij zal laxeren wij zullen laxeren jullie zullen laxeren zij zullen laxeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelaxeerd hebben jij zult gelaxeerd hebben hij zal gelaxeerd hebben wij zullen gelaxeerd hebben jullie zullen gelaxeerd hebben zij zullen gelaxeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou laxeren jij zou laxeren hij zou laxeren wij zouden laxeren jullie zouden laxeren zij zouden laxeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelaxeerd hebben jij zou gelaxeerd hebben hij zou gelaxeerd hebben wij zouden gelaxeerd hebben jullie zouden gelaxeerd hebben zij zouden gelaxeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
laxeer
|