NL: lavenSynoniemen: drenken, lessen, lenigen, verkwikken, troosten, sterken
EN: laven (dorst lessen): quench thirst
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelaafd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik laaf jij laaft hij laaft wij laven jullie laven zij laven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelaafd jij hebt gelaafd hij heeft gelaafd wij hebben gelaafd jullie hebben gelaafd zij hebben gelaafd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik laafde jij laafde hij laafde wij laafden jullie laafden zij laafden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelaafd jij had gelaafd hij had gelaafd wij hadden gelaafd jullie hadden gelaafd zij hadden gelaafd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal laven jij zult laven hij zal laven wij zullen laven jullie zullen laven zij zullen laven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelaafd hebben jij zult gelaafd hebben hij zal gelaafd hebben wij zullen gelaafd hebben jullie zullen gelaafd hebben zij zullen gelaafd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou laven jij zou laven hij zou laven wij zouden laven jullie zouden laven zij zouden laven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelaafd hebben jij zou gelaafd hebben hij zou gelaafd hebben wij zouden gelaafd hebben jullie zouden gelaafd hebben zij zouden gelaafd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
laaf
|