NL: latiniseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelatiniseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik latiniseer jij latiniseert hij latiniseert wij latiniseren jullie latiniseren zij latiniseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelatiniseerd jij hebt gelatiniseerd hij heeft gelatiniseerd wij hebben gelatiniseerd jullie hebben gelatiniseerd zij hebben gelatiniseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik latiniseerde jij latiniseerde hij latiniseerde wij latiniseerden jullie latiniseerden zij latiniseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelatiniseerd jij had gelatiniseerd hij had gelatiniseerd wij hadden gelatiniseerd jullie hadden gelatiniseerd zij hadden gelatiniseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal latiniseren jij zult latiniseren hij zal latiniseren wij zullen latiniseren jullie zullen latiniseren zij zullen latiniseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelatiniseerd hebben jij zult gelatiniseerd hebben hij zal gelatiniseerd hebben wij zullen gelatiniseerd hebben jullie zullen gelatiniseerd hebben zij zullen gelatiniseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou latiniseren jij zou latiniseren hij zou latiniseren wij zouden latiniseren jullie zouden latiniseren zij zouden latiniseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelatiniseerd hebben jij zou gelatiniseerd hebben hij zou gelatiniseerd hebben wij zouden gelatiniseerd hebben jullie zouden gelatiniseerd hebben zij zouden gelatiniseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
latiniseer
|