Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

DE: lassen
NL: lassen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gelast

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik las
jij last
hij last
wij lassen
jullie lassen
zij lassen

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik las
dat jij last
dat hij last
dat wij lassen
dat jullie lassen
dat zij lassen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gelast
jij hebt gelast
hij heeft gelast
wij hebben gelast
jullie hebben gelast
zij hebben gelast

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik laste
jij laste
hij laste
wij lasten
jullie lasten
zij lasten

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik laste
dat jij laste
dat hij laste
dat wij lasten
dat jullie lasten
dat zij lasten

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gelast
jij had gelast
hij had gelast
wij hadden gelast
jullie hadden gelast
zij hadden gelast

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal lassen
jij zult lassen
hij zal lassen
wij zullen lassen
jullie zullen lassen
zij zullen lassen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gelast hebben
jij zult gelast hebben
hij zal gelast hebben
wij zullen gelast hebben
jullie zullen gelast hebben
zij zullen gelast hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou lassen
jij zou lassen
hij zou lassen
wij zouden lassen
jullie zouden lassen
zij zouden lassen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gelast hebben
jij zou gelast hebben
hij zou gelast hebben
wij zouden gelast hebben
jullie zouden gelast hebben
zij zouden gelast hebben

Gebiedende wijs
las


Voorbeelden

  1. lassen
  2. lasser
  3. autogeen lassen
  4. lassen
  5. lasser
  6. lassen
  7. lassscherm
  8. lasstaaf
  9. lasser
  10. lassen
  11. lassen met een rustige boog
  12. TIG- Lassen
  13. lassok
  14. Monteert stalen balken of stalen rasterwerken, bijv. door te lassen of m.b.v. een vlechttang.
  15. Lasser


DE: lassen    Vertaal    Voorbeelden    Synoniemen
Partizip Perfekt & Präsens
gelassen
lassend

Indikativ Präsens
ich lasse
du läßt
er läßt
wir lassen
ihr laßt
sie; Sie lassen

Indikativ Perfekt
ich habe gelassen
du hast gelassen
er hat gelassen
wir haben gelassen
ihr habt gelassen
sie; Sie haben gelassen

Indikativ Präteritum
ich ließ
du ließest
er ließ
wir ließen
ihr ließt
sie; Sie ließen

Indikativ Plusquamperfekt
ich hatte gelassen
du hattest gelassen
er hatte gelassen
wir hatten gelassen
ihr hattet gelassen
sie; Sie hatten gelassen

Indikativ Futur I
ich werde lassen
du wirst lassen
er wird lassen
wir werden lassen
ihr werdet lassen
sie; Sie werden lassen

Indikativ Futur II
ich werde gelassen haben
du wirst gelassen haben
er wird gelassen haben
wir werden gelassen haben
ihr werdet gelassen haben
sie; Sie werden gelassen haben

Konjunktiv I Präsens
ich lasse
du lassest
er lasse
wir lassen
ihr lasset
sie; Sie lassen

Konjunktiv I Perfekt
ich habe gelassen
du habest gelassen
er habe gelassen
wir haben gelassen
ihr habet gelassen
sie; Sie haben gelassen

Konjunktiv II Präsens
ich ließe
du ließest
er ließe
wir ließen
ihr ließet
sie; Sie ließen

Konjunktiv II Perfekt
ich hätte gelassen
du hättest gelassen
er hätte gelassen
wir hätten gelassen
ihr hättet gelassen
sie; Sie hätten gelassen

Konjunktiv II Futur I
ich würde lassen
du würdest lassen
er würde lassen
wir würden lassen
ihr würdet lassen
sie; Sie würden lassen

Konjunktiv II Futur II
ich würde gelassen haben
du würdest gelassen haben
er würde gelassen haben
wir würden gelassen haben
ihr würdet gelassen haben
sie; Sie würden gelassen haben

der Imperativ
du laß; lasse


Voorbeelden

  1. Außerdem können Sie das Fläschchen für Kind in den Restaurants aufwärmen lassen
    Bovendien kunt u de flesvoeding in al onze restaurants laten opwarmen
  2. Sind Sie ins Wasser gefallen, und möchten Sie Ihre Kleidung trocknen lassen?
    Bent u in het water gevallen en wilt u uw kleren laten drogen?
  3. lass uns gehen!
    laten we gaan
  4. lass dir Zeit
    neem de tijd
  5. ich möchte diesen Anzug reinigen lassen
    kan ik dit pak laten stomen?
  6. ich möchte gern diese Schuhe reparieren lassen
    kan ik deze schoenen laten maken?
  7. Lassen Sie sich als Erster über alle unsere Sonderangebote informieren
    Wees als eerste op de hoogte van al onze speciale aanbiedingen
  8. Lehnen Sie sich gemütlich zurück in Ihrem World Business Class-Sitz und lassen Sie die Seele baumeln
    Laat uw zorgen varen in onze World Business Class-stoelen
  9. Lassen Sie sich mit einem herrlichen kulinarischen Erlebnis verwöhnen in unserer Business Class für europäische Flüge!
    Laat u verleiden door een spannende culinaire ervaring in onze Business Class op Europese vluchten!
  10. Die Kleinen können sich hier sogar mit miffy fotografieren lassen
    De kleintjes kunnen hier zelfs met nijntje op de foto

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden