NL: larderenSynoniemen: doorspekken
ES: larderen (rijkelijk voorzien van): salpicar, tener en abundancia
FR: larderen (rijkelijk voorzien van): largement munir de
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lardeer jij lardeert hij lardeert wij larderen jullie larderen zij larderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelardeerd jij hebt gelardeerd hij heeft gelardeerd wij hebben gelardeerd jullie hebben gelardeerd zij hebben gelardeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lardeerde jij lardeerde hij lardeerde wij lardeerden jullie lardeerden zij lardeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelardeerd jij had gelardeerd hij had gelardeerd wij hadden gelardeerd jullie hadden gelardeerd zij hadden gelardeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal larderen jij zult larderen hij zal larderen wij zullen larderen jullie zullen larderen zij zullen larderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelardeerd hebben jij zult gelardeerd hebben hij zal gelardeerd hebben wij zullen gelardeerd hebben jullie zullen gelardeerd hebben zij zullen gelardeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou larderen jij zou larderen hij zou larderen wij zouden larderen jullie zouden larderen zij zouden larderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelardeerd hebben jij zou gelardeerd hebben hij zou gelardeerd hebben wij zouden gelardeerd hebben jullie zouden gelardeerd hebben zij zouden gelardeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lardeer
|