Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

lanteren vervoegen




NL: lanteren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gelanterd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik lanter
jij lantert
hij lantert
wij lanteren
jullie lanteren
zij lanteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gelanterd
jij hebt gelanterd
hij heeft gelanterd
wij hebben gelanterd
jullie hebben gelanterd
zij hebben gelanterd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik lanterde
jij lanterde
hij lanterde
wij lanterden
jullie lanterden
zij lanterden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gelanterd
jij had gelanterd
hij had gelanterd
wij hadden gelanterd
jullie hadden gelanterd
zij hadden gelanterd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal lanteren
jij zult lanteren
hij zal lanteren
wij zullen lanteren
jullie zullen lanteren
zij zullen lanteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gelanterd hebben
jij zult gelanterd hebben
hij zal gelanterd hebben
wij zullen gelanterd hebben
jullie zullen gelanterd hebben
zij zullen gelanterd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou lanteren
jij zou lanteren
hij zou lanteren
wij zouden lanteren
jullie zouden lanteren
zij zouden lanteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gelanterd hebben
jij zou gelanterd hebben
hij zou gelanterd hebben
wij zouden gelanterd hebben
jullie zouden gelanterd hebben
zij zouden gelanterd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
lanter

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/lanteren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald