Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

lamleggen vervoegen




NL: lamleggen
Synoniemen: stilleggen, verlammen

DE: lamleggen (verlammen): lähmen, lahmlegen
EN: lamleggen (verlammen): paralyse, cripple
ES: lamleggen (verlammen): paralizar
FR: lamleggen (verlammen): paralyser

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
lamgelegd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik leg lam
jij legt lam
hij legt lam
wij leggen lam
jullie leggen lam
zij leggen lam
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb lamgelegd
jij hebt lamgelegd
hij heeft lamgelegd
wij hebben lamgelegd
jullie hebben lamgelegd
zij hebben lamgelegd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik legde lam
jij legde lam
hij legde lam
wij legden lam
jullie legden lam
zij legden lam
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had lamgelegd
jij had lamgelegd
hij had lamgelegd
wij hadden lamgelegd
jullie hadden lamgelegd
zij hadden lamgelegd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal lamleggen
jij zult lamleggen
hij zal lamleggen
wij zullen lamleggen
jullie zullen lamleggen
zij zullen lamleggen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal lamgelegd hebben
jij zult lamgelegd hebben
hij zal lamgelegd hebben
wij zullen lamgelegd hebben
jullie zullen lamgelegd hebben
zij zullen lamgelegd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou lamleggen
jij zou lamleggen
hij zou lamleggen
wij zouden lamleggen
jullie zouden lamleggen
zij zouden lamleggen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou lamgelegd hebben
jij zou lamgelegd hebben
hij zou lamgelegd hebben
wij zouden lamgelegd hebben
jullie zouden lamgelegd hebben
zij zouden lamgelegd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
leg lam

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/lamleggen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald