Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

lamineren vervoegen




NL: lamineren
DE: laminieren
EN: laminate
ES: laminar

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gelamineerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik lamineer
jij lamineert
hij lamineert
wij lamineren
jullie lamineren
zij lamineren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gelamineerd
jij hebt gelamineerd
hij heeft gelamineerd
wij hebben gelamineerd
jullie hebben gelamineerd
zij hebben gelamineerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik lamineerde
jij lamineerde
hij lamineerde
wij lamineerden
jullie lamineerden
zij lamineerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gelamineerd
jij had gelamineerd
hij had gelamineerd
wij hadden gelamineerd
jullie hadden gelamineerd
zij hadden gelamineerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal lamineren
jij zult lamineren
hij zal lamineren
wij zullen lamineren
jullie zullen lamineren
zij zullen lamineren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gelamineerd hebben
jij zult gelamineerd hebben
hij zal gelamineerd hebben
wij zullen gelamineerd hebben
jullie zullen gelamineerd hebben
zij zullen gelamineerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou lamineren
jij zou lamineren
hij zou lamineren
wij zouden lamineren
jullie zouden lamineren
zij zouden lamineren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gelamineerd hebben
jij zou gelamineerd hebben
hij zou gelamineerd hebben
wij zouden gelamineerd hebben
jullie zouden gelamineerd hebben
zij zouden gelamineerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
lamineer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/lamineren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald