NL: lamenterenSynoniemen: jammeren, kermen
EN: lament
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelamenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lamenteer jij lamenteert hij lamenteert wij lamenteren jullie lamenteren zij lamenteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelamenteerd jij hebt gelamenteerd hij heeft gelamenteerd wij hebben gelamenteerd jullie hebben gelamenteerd zij hebben gelamenteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lamenteerde jij lamenteerde hij lamenteerde wij lamenteerden jullie lamenteerden zij lamenteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelamenteerd jij had gelamenteerd hij had gelamenteerd wij hadden gelamenteerd jullie hadden gelamenteerd zij hadden gelamenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lamenteren jij zult lamenteren hij zal lamenteren wij zullen lamenteren jullie zullen lamenteren zij zullen lamenteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelamenteerd hebben jij zult gelamenteerd hebben hij zal gelamenteerd hebben wij zullen gelamenteerd hebben jullie zullen gelamenteerd hebben zij zullen gelamenteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lamenteren jij zou lamenteren hij zou lamenteren wij zouden lamenteren jullie zouden lamenteren zij zouden lamenteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelamenteerd hebben jij zou gelamenteerd hebben hij zou gelamenteerd hebben wij zouden gelamenteerd hebben jullie zouden gelamenteerd hebben zij zouden gelamenteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lamenteer
|