Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

laken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: laken
Synoniemen: aanrekenen, afkeuren, berispen, beddenlaken, tafellaken, linnen, lakens, nadragen, blameren, beschuldigen, aanwrijven, voorhouden, verwijten, gispen, tafelkleedje, tafelkleed

DE: die Bettwäsche, die Linnen, das Leinen, das Leinentücher, das Bettlaken, die Weißwäsche, die Leinenwäsche, das Bettlinnen
EN: the sheet, the linen, the cloth
ES: la tela, la sábana, la ropa de cama, el lino, la sábanas, la mortaja, la ropa blanca
FR: le drap, la toile, le linge, le lin, le drap de lit

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gelaakt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik laak
jij laakt
hij laakt
wij laken
jullie laken
zij laken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gelaakt
jij hebt gelaakt
hij heeft gelaakt
wij hebben gelaakt
jullie hebben gelaakt
zij hebben gelaakt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik laakte
jij laakte
hij laakte
wij laakten
jullie laakten
zij laakten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gelaakt
jij had gelaakt
hij had gelaakt
wij hadden gelaakt
jullie hadden gelaakt
zij hadden gelaakt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal laken
jij zult laken
hij zal laken
wij zullen laken
jullie zullen laken
zij zullen laken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gelaakt hebben
jij zult gelaakt hebben
hij zal gelaakt hebben
wij zullen gelaakt hebben
jullie zullen gelaakt hebben
zij zullen gelaakt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou laken
jij zou laken
hij zou laken
wij zouden laken
jullie zouden laken
zij zouden laken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gelaakt hebben
jij zou gelaakt hebben
hij zou gelaakt hebben
wij zouden gelaakt hebben
jullie zouden gelaakt hebben
zij zouden gelaakt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
laak

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/laken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English