Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

laden vervoegen




DE: laden

NL: laden
Synoniemen: laden

DE: Geschäft, Boutique, Handlung, Kaufhaus, Warenhaus, Schirm, Schutz, Fensterladen, Markise, Regenschirm, Rolladen, Sonnenschirm, Sonnenschutz, einladen, auffordern, invitieren, beladen, aufladen, auflasten, befrachten, belasten
EN: the charging

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geladen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik laad
jij laadt
hij laadt
wij laden
jullie laden
zij laden
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geladen
jij hebt geladen
hij heeft geladen
wij hebben geladen
jullie hebben geladen
zij hebben geladen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik laadde
jij laadde
hij laadde
wij laadden
jullie laadden
zij laadden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geladen
jij had geladen
hij had geladen
wij hadden geladen
jullie hadden geladen
zij hadden geladen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal laden
jij zult laden
hij zal laden
wij zullen laden
jullie zullen laden
zij zullen laden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geladen hebben
jij zult geladen hebben
hij zal geladen hebben
wij zullen geladen hebben
jullie zullen geladen hebben
zij zullen geladen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou laden
jij zou laden
hij zou laden
wij zouden laden
jullie zouden laden
zij zouden laden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geladen hebben
jij zou geladen hebben
hij zou geladen hebben
wij zouden geladen hebben
jullie zouden geladen hebben
zij zouden geladen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
laad


DE: laden
Synoniemen: Geschäft, Boutique, Handlung, Kaufhaus, Warenhaus, Schirm, Schutz, Fensterladen, Markise, Regenschirm, Rolladen, Sonnenschirm, Sonnenschutz, einladen, auffordern, invitieren, beladen, aufladen, auflasten, befrachten, belasten

NL: laden
EN: the charging
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
geladen
ladend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich lade
du lädst
er lädt
wir laden
ihr lad(e)t
sie; Sie laden
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe geladen
du hast geladen
er hat geladen
wir haben geladen
ihr habt geladen
sie; Sie haben geladen
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich lud
du ludst
er lud
wir luden
ihr ludt
sie; Sie luden
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte geladen
du hattest geladen
er hatte geladen
wir hatten geladen
ihr hattet geladen
sie; Sie hatten geladen
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde laden
du wirst laden
er wird laden
wir werden laden
ihr werdet laden
sie; Sie werden laden
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde geladen haben
du wirst geladen haben
er wird geladen haben
wir werden geladen haben
ihr werdet geladen haben
sie; Sie werden geladen haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich lade
du ladest
er lade
wir laden
ihr ladet
sie; Sie laden
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe geladen
du habest geladen
er habe geladen
wir haben geladen
ihr habet geladen
sie; Sie haben geladen
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich lüde
du lüdest
er lüde
wir lüden
ihr lüdet
sie; Sie lüden
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte geladen
du hättest geladen
er hätte geladen
wir hätten geladen
ihr hättet geladen
sie; Sie hätten geladen
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde laden
du würdest laden
er würde laden
wir würden laden
ihr würdet laden
sie; Sie würden laden
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde geladen haben
du würdest geladen haben
er würde geladen haben
wir würden geladen haben
ihr würdet geladen haben
sie; Sie würden geladen haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du lade; lad

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/laden

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald