NL: ladderenFR: filer, se démailler
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geladderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ladder jij laddert hij laddert wij ladderen jullie ladderen zij ladderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geladderd jij hebt geladderd hij heeft geladderd wij hebben geladderd jullie hebben geladderd zij hebben geladderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ladderde jij ladderde hij ladderde wij ladderden jullie ladderden zij ladderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geladderd jij had geladderd hij had geladderd wij hadden geladderd jullie hadden geladderd zij hadden geladderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ladderen jij zult ladderen hij zal ladderen wij zullen ladderen jullie zullen ladderen zij zullen ladderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geladderd hebben jij zult geladderd hebben hij zal geladderd hebben wij zullen geladderd hebben jullie zullen geladderd hebben zij zullen geladderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ladderen jij zou ladderen hij zou ladderen wij zouden ladderen jullie zouden ladderen zij zouden ladderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geladderd hebben jij zou geladderd hebben hij zou geladderd hebben wij zouden geladderd hebben jullie zouden geladderd hebben zij zouden geladderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ladder
|