NL: laboreren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelaboreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik laboreer jij laboreert hij laboreert wij laboreren jullie laboreren zij laboreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelaboreerd jij hebt gelaboreerd hij heeft gelaboreerd wij hebben gelaboreerd jullie hebben gelaboreerd zij hebben gelaboreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik laboreerde jij laboreerde hij laboreerde wij laboreerden jullie laboreerden zij laboreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelaboreerd jij had gelaboreerd hij had gelaboreerd wij hadden gelaboreerd jullie hadden gelaboreerd zij hadden gelaboreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal laboreren jij zult laboreren hij zal laboreren wij zullen laboreren jullie zullen laboreren zij zullen laboreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelaboreerd hebben jij zult gelaboreerd hebben hij zal gelaboreerd hebben wij zullen gelaboreerd hebben jullie zullen gelaboreerd hebben zij zullen gelaboreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou laboreren jij zou laboreren hij zou laboreren wij zouden laboreren jullie zouden laboreren zij zouden laboreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelaboreerd hebben jij zou gelaboreerd hebben hij zou gelaboreerd hebben wij zouden gelaboreerd hebben jullie zouden gelaboreerd hebben zij zouden gelaboreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
laboreer
|