NL: kwijtrakenSynoniemen: lozen, missen, slijten, wegraken, verliezen
DE: kwijtraken (verloren gaan): verlieren, vermissen, verloren gehen, unterliegen, abhanden kommen
EN: kwijtraken (verloren gaan): lose, fall through, get lost
ES: kwijtraken (verloren gaan): perder, perderse
FR: kwijtraken (verloren gaan): perdre, se perdre, manquer, s'égarer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
kwijtgeraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik raak kwijt jij raakt kwijt hij raakt kwijt wij raken kwijt jullie raken kwijt zij raken kwijt
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben kwijtgeraakt jij bent kwijtgeraakt hij is kwijtgeraakt wij zijn kwijtgeraakt jullie zijn kwijtgeraakt zij zijn kwijtgeraakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik raakte kwijt jij raakte kwijt hij raakte kwijt wij raakten kwijt jullie raakten kwijt zij raakten kwijt
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was kwijtgeraakt jij was kwijtgeraakt hij was kwijtgeraakt wij waren kwijtgeraakt jullie waren kwijtgeraakt zij waren kwijtgeraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kwijtraken jij zult kwijtraken hij zal kwijtraken wij zullen kwijtraken jullie zullen kwijtraken zij zullen kwijtraken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal kwijtgeraakt zijn jij zult kwijtgeraakt zijn hij zal kwijtgeraakt zijn wij zullen kwijtgeraakt zijn jullie zullen kwijtgeraakt zijn zij zullen kwijtgeraakt zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kwijtraken jij zou kwijtraken hij zou kwijtraken wij zouden kwijtraken jullie zouden kwijtraken zij zouden kwijtraken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou kwijtgeraakt zijn jij zou kwijtgeraakt zijn hij zou kwijtgeraakt zijn wij zouden kwijtgeraakt zijn jullie zouden kwijtgeraakt zijn zij zouden kwijtgeraakt zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
raak kwijt
|