NL: kwetsenSynoniemen: beledigen, bezeren, grieven, krenken, verwonden, beschadigen, pijnigen, schaden, blesseren
DE: quetschen, sichverwunden, verletzen, düpieren, schaden, kränken, schädigen, verwunden
EN: bruise, ache, contuse, hurt, wound, injure
ES: afectar, lastimar, herir, dañar, perjudicar, ofender, lesionar, magullar, contusionar, causar perjuicio, hacer daño a
FR: blesser, léser, injurier, meurtrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekwetst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kwets jij kwetst hij kwetst wij kwetsen jullie kwetsen zij kwetsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekwetst jij hebt gekwetst hij heeft gekwetst wij hebben gekwetst jullie hebben gekwetst zij hebben gekwetst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kwetste jij kwetste hij kwetste wij kwetsten jullie kwetsten zij kwetsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekwetst jij had gekwetst hij had gekwetst wij hadden gekwetst jullie hadden gekwetst zij hadden gekwetst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kwetsen jij zult kwetsen hij zal kwetsen wij zullen kwetsen jullie zullen kwetsen zij zullen kwetsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekwetst hebben jij zult gekwetst hebben hij zal gekwetst hebben wij zullen gekwetst hebben jullie zullen gekwetst hebben zij zullen gekwetst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kwetsen jij zou kwetsen hij zou kwetsen wij zouden kwetsen jullie zouden kwetsen zij zouden kwetsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekwetst hebben jij zou gekwetst hebben hij zou gekwetst hebben wij zouden gekwetst hebben jullie zouden gekwetst hebben zij zouden gekwetst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kwets
|