NL: kronenSynoniemen: lauweren
DE: krönen
EN: crown, coronate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekroond
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kroon jij kroont hij kroont wij kronen jullie kronen zij kronen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekroond jij hebt gekroond hij heeft gekroond wij hebben gekroond jullie hebben gekroond zij hebben gekroond
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kroonde jij kroonde hij kroonde wij kroonden jullie kroonden zij kroonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekroond jij had gekroond hij had gekroond wij hadden gekroond jullie hadden gekroond zij hadden gekroond
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kronen jij zult kronen hij zal kronen wij zullen kronen jullie zullen kronen zij zullen kronen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekroond hebben jij zult gekroond hebben hij zal gekroond hebben wij zullen gekroond hebben jullie zullen gekroond hebben zij zullen gekroond hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kronen jij zou kronen hij zou kronen wij zouden kronen jullie zouden kronen zij zouden kronen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekroond hebben jij zou gekroond hebben hij zou gekroond hebben wij zouden gekroond hebben jullie zouden gekroond hebben zij zouden gekroond hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kroon
|