NL: kralenSynoniemen: parelen
DE: die Perlen, die Glasperlen
EN: the bead, the pellets, the beads, the grains
ES: el abalorios, el corales
FR: le grain, le coraux, la perle, le grains, le corail, le bord de perles, la perles d'un collier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekraald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kraal jij kraalt hij kraalt wij kralen jullie kralen zij kralen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekraald jij hebt gekraald hij heeft gekraald wij hebben gekraald jullie hebben gekraald zij hebben gekraald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kraalde jij kraalde hij kraalde wij kraalden jullie kraalden zij kraalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekraald jij had gekraald hij had gekraald wij hadden gekraald jullie hadden gekraald zij hadden gekraald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kralen jij zult kralen hij zal kralen wij zullen kralen jullie zullen kralen zij zullen kralen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekraald hebben jij zult gekraald hebben hij zal gekraald hebben wij zullen gekraald hebben jullie zullen gekraald hebben zij zullen gekraald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kralen jij zou kralen hij zou kralen wij zouden kralen jullie zouden kralen zij zouden kralen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekraald hebben jij zou gekraald hebben hij zou gekraald hebben wij zouden gekraald hebben jullie zouden gekraald hebben zij zouden gekraald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kraal
|