NL: krakenSynoniemen: afbreken, binnendringen, kermen, kritiseren, openbreken, katten, afkraken, krassen, knarsen, losbreken
DE: Häuser aufbrechen, aufbrechen
EN: break house, crack
ES: cascar, craquear, ocupar ilegalmente
FR: squattériser, violer domestic
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kraak jij kraakt hij kraakt wij kraken jullie kraken zij kraken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekraakt jij hebt gekraakt hij heeft gekraakt wij hebben gekraakt jullie hebben gekraakt zij hebben gekraakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kraakte jij kraakte hij kraakte wij kraakten jullie kraakten zij kraakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekraakt jij had gekraakt hij had gekraakt wij hadden gekraakt jullie hadden gekraakt zij hadden gekraakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kraken jij zult kraken hij zal kraken wij zullen kraken jullie zullen kraken zij zullen kraken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekraakt hebben jij zult gekraakt hebben hij zal gekraakt hebben wij zullen gekraakt hebben jullie zullen gekraakt hebben zij zullen gekraakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kraken jij zou kraken hij zou kraken wij zouden kraken jullie zouden kraken zij zouden kraken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekraakt hebben jij zou gekraakt hebben hij zou gekraakt hebben wij zouden gekraakt hebben jullie zouden gekraakt hebben zij zouden gekraakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kraak
|