Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

krakelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: krakelen
Synoniemen: hakketakken, twisten, strijden, redetwisten, disputeren, ruziën, kijven, kiften

DE: krakelen (ruzie maken): schimpfen, streiten, schelten, zanken, keifen, sichzanken, sichstreiten
EN: krakelen (ruzie maken): quarrel, wrangle, bicker, make trouble, altercate
ES: krakelen (ruzie maken): disputar, discutir, altercar, pelear, regañar
FR: krakelen (ruzie maken): se disputer, se quereller, argumenter, se chamailler

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gekrakeeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik krakeel
jij krakeelt
hij krakeelt
wij krakelen
jullie krakelen
zij krakelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gekrakeeld
jij hebt gekrakeeld
hij heeft gekrakeeld
wij hebben gekrakeeld
jullie hebben gekrakeeld
zij hebben gekrakeeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik krakeelde
jij krakeelde
hij krakeelde
wij krakeelden
jullie krakeelden
zij krakeelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gekrakeeld
jij had gekrakeeld
hij had gekrakeeld
wij hadden gekrakeeld
jullie hadden gekrakeeld
zij hadden gekrakeeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal krakelen
jij zult krakelen
hij zal krakelen
wij zullen krakelen
jullie zullen krakelen
zij zullen krakelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gekrakeeld hebben
jij zult gekrakeeld hebben
hij zal gekrakeeld hebben
wij zullen gekrakeeld hebben
jullie zullen gekrakeeld hebben
zij zullen gekrakeeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou krakelen
jij zou krakelen
hij zou krakelen
wij zouden krakelen
jullie zouden krakelen
zij zouden krakelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gekrakeeld hebben
jij zou gekrakeeld hebben
hij zou gekrakeeld hebben
wij zouden gekrakeeld hebben
jullie zouden gekrakeeld hebben
zij zouden gekrakeeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
krakeel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/krakelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English