NL: kraaienDE: krähen
EN: crow
FR: crier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kraai jij kraait hij kraait wij kraaien jullie kraaien zij kraaien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekraaid jij hebt gekraaid hij heeft gekraaid wij hebben gekraaid jullie hebben gekraaid zij hebben gekraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kraaide jij kraaide hij kraaide wij kraaiden jullie kraaiden zij kraaiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekraaid jij had gekraaid hij had gekraaid wij hadden gekraaid jullie hadden gekraaid zij hadden gekraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kraaien jij zult kraaien hij zal kraaien wij zullen kraaien jullie zullen kraaien zij zullen kraaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekraaid hebben jij zult gekraaid hebben hij zal gekraaid hebben wij zullen gekraaid hebben jullie zullen gekraaid hebben zij zullen gekraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kraaien jij zou kraaien hij zou kraaien wij zouden kraaien jullie zouden kraaien zij zouden kraaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekraaid hebben jij zou gekraaid hebben hij zou gekraaid hebben wij zouden gekraaid hebben jullie zouden gekraaid hebben zij zouden gekraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kraai
|