NL: kozenDE: kosen, liebkosen
EN: cuddle, caress, hug, pet, chuck
ES: abrazar, acariciar, mimar, hacer cariño
FR: câliner, cajoler, caresser, faire des caresses
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koos jij koost hij koost wij kozen jullie kozen zij kozen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekoosd jij hebt gekoosd hij heeft gekoosd wij hebben gekoosd jullie hebben gekoosd zij hebben gekoosd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik koosde jij koosde hij koosde wij koosden jullie koosden zij koosden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekoosd jij had gekoosd hij had gekoosd wij hadden gekoosd jullie hadden gekoosd zij hadden gekoosd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kozen jij zult kozen hij zal kozen wij zullen kozen jullie zullen kozen zij zullen kozen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekoosd hebben jij zult gekoosd hebben hij zal gekoosd hebben wij zullen gekoosd hebben jullie zullen gekoosd hebben zij zullen gekoosd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kozen jij zou kozen hij zou kozen wij zouden kozen jullie zouden kozen zij zouden kozen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekoosd hebben jij zou gekoosd hebben hij zou gekoosd hebben wij zouden gekoosd hebben jullie zouden gekoosd hebben zij zouden gekoosd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koos
|