Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

kortsluiten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: kortsluiten
DE: kurzschließen
EN: short-circuit
ES: hacer un corto circuito, desconectar por corto circuito
FR: court-circuiter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
kortgesloten
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sluit kort
jij sluit kort
hij sluit kort
wij sluiten kort
jullie sluiten kort
zij sluiten kort
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb kortgesloten
jij hebt kortgesloten
hij heeft kortgesloten
wij hebben kortgesloten
jullie hebben kortgesloten
zij hebben kortgesloten
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sloot kort
jij sloot kort
hij sloot kort
wij sloten kort
jullie sloten kort
zij sloten kort
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had kortgesloten
jij had kortgesloten
hij had kortgesloten
wij hadden kortgesloten
jullie hadden kortgesloten
zij hadden kortgesloten
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal kortsluiten
jij zult kortsluiten
hij zal kortsluiten
wij zullen kortsluiten
jullie zullen kortsluiten
zij zullen kortsluiten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal kortgesloten hebben
jij zult kortgesloten hebben
hij zal kortgesloten hebben
wij zullen kortgesloten hebben
jullie zullen kortgesloten hebben
zij zullen kortgesloten hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou kortsluiten
jij zou kortsluiten
hij zou kortsluiten
wij zouden kortsluiten
jullie zouden kortsluiten
zij zouden kortsluiten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou kortgesloten hebben
jij zou kortgesloten hebben
hij zou kortgesloten hebben
wij zouden kortgesloten hebben
jullie zouden kortgesloten hebben
zij zouden kortgesloten hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sluit kort

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/kortsluiten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English