NL: koperenSynoniemen: schel, brutaal
DE: kupfern, kupferartig
EN: copper, brass
FR: en cuivre, de cuivre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekoperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koper jij kopert hij kopert wij koperen jullie koperen zij koperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekoperd jij hebt gekoperd hij heeft gekoperd wij hebben gekoperd jullie hebben gekoperd zij hebben gekoperd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik koperde jij koperde hij koperde wij koperden jullie koperden zij koperden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekoperd jij had gekoperd hij had gekoperd wij hadden gekoperd jullie hadden gekoperd zij hadden gekoperd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal koperen jij zult koperen hij zal koperen wij zullen koperen jullie zullen koperen zij zullen koperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekoperd hebben jij zult gekoperd hebben hij zal gekoperd hebben wij zullen gekoperd hebben jullie zullen gekoperd hebben zij zullen gekoperd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou koperen jij zou koperen hij zou koperen wij zouden koperen jullie zouden koperen zij zouden koperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekoperd hebben jij zou gekoperd hebben hij zou gekoperd hebben wij zouden gekoperd hebben jullie zouden gekoperd hebben zij zouden gekoperd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koper
|